Een aanvulling bij Hangmatbelegger voor het leven, voor lezers die in Nederland wonen.
Wat je uit het Belgische hoofdstuk kunt overslaan
Hoofdstuk 6 van deel 2 beschrijft de Belgische erfenis. De tarieventabel per gewest kun je overslaan: erfbelasting is in Nederland een rijksbelasting. Ook de keuze tussen drie koersdata bestaat hier niet, net als de meerwaardebelasting die de aankoopprijs van de erflater doorschuift naar zijn erfgenamen. Het handgeschreven testament uit het boek werkt hier niet. Aan een Nederlands testament komt altijd een notaris te pas: artikel 4:94 van het Burgerlijk Wetboek laat alleen een notariële akte toe, of een stuk dat je zelf schrijft en daarna bij een notaris in bewaring geeft. Thuis in de la is het niets waard.
De rest van het hoofdstuk geldt onverkort: het financiële overzicht dat je achterlaat is niet landgebonden, en de waarschuwing tegen dure successieplanning evenmin. Zorg vooral dat je erfgenamen niet in paniek verkopen wat ze niet begrijpen.
Je hangmatportefeuille bij je overlijden
Je ETF’s worden bij je overlijden niet verkocht. Je erfgenamen kunnen de portefeuille overnemen, opsplitsen of verkopen, maar eerst moeten ze aantonen dat ze erfgenaam zijn. Daarvoor bestaat de verklaring van erfrecht die een notaris opmaakt. Daarmee tonen ze aan dat zij recht hebben op het tegoed; je bank of broker laat weten wanneer die verklaring nodig is. Dat is de Nederlandse tegenhanger van het Belgische attest van erfopvolging.
Voor de aangifte geldt de slotnotering van de laatste beursdag voor je overlijdensdatum, zoals artikel 21 van de Successiewet voorschrijft. Kiezen kan niet, dus een beursdaling in de weken erna verandert de aanslag niet.
Wat je erfgenamen niet erven, is een aankoopprijs. Nederland belast geen meerwaarde bij verkoop maar je vermogen op 1 januari, dus er valt niets door te schuiven. Erven ze later in het jaar, dan geven ze de erfenis pas aan per 1 januari van het volgende jaar. Op onze pagina Belastingen op ETF’s in Nederland lees je wat die heffing kost.
Voor de aangifte erfbelasting is er ruim tijd: bij een overlijden vanaf 2026 is de termijn 20 maanden in plaats van 8 maanden.
Erfbelasting: wat je erfgenamen betalen
De tarieven zijn 10% tot € 158.669 en 20% daarboven voor je partner en je kinderen, 18% en 36% voor kleinkinderen, en 30% en 40% voor alle anderen. Ze gelden pas boven de vrijstelling van de erfgenaam, en die verschilt sterk: € 828.035 voor je partner, € 26.230 per kind of kleinkind, € 78.671 voor een kind met een beperking, € 62.110 voor een ouder en € 2.769 voor de rest.
Die partnervrijstelling verklaart waarom veel koppels bij het eerste overlijden niets betalen. Er is één correctie: krijgt je partner een nabestaandenpensioen uitgekeerd, dan gaat de helft van de gekapitaliseerde waarde daarvan van die vrijstelling af. Dat heet pensioenimputatie, en er blijft altijd minstens € 213.915 over. Kapitaliseren gebeurt met vaste factoren op basis van leeftijd: voor iemand van 68 is dat achtmaal het jaarbedrag.
Reken het uit voor een portefeuille van € 300.000. Je partner is 68 en krijgt € 12.000 nabestaandenpensioen per jaar. Gekapitaliseerd is dat € 96.000; de helft gaat van de vrijstelling af, zodat € 780.035 overblijft. Er valt niets te betalen. Alleen bij een zeer groot nabestaandenpensioen zakt de vrijstelling naar de bodem, en dan is € 86.085 belast tegen 10%, ongeveer € 8.600.
De rekening komt meestal een generatie later. Erven twee kinderen bij het tweede overlijden elk € 150.000, dan is na hun vrijstelling € 123.770 belast tegen 10%: € 12.377 per kind, samen bijna € 25.000.
Schenk je binnen 180 dagen voor je overlijden, dan hoort die schenking volgens artikel 12 van de Successiewet 1956 bij de erfenis, en zo rekent de Belastingdienst hem ook mee. Bij een overlijden vanaf 2026 gaat dat volledig via de aangifte erfbelasting en komt er geen aanslag schenkbelasting meer aan te pas, dus dubbel betalen doe je niet, maar het voordeel verdwijnt. Over doorgeven tijdens je leven gaat onze pagina Schenkingen in Nederland op deze site.
Wettelijke verdeling, testament en codicil
Ben je getrouwd of geregistreerd partner, heb je kinderen en geen testament, dan geldt de wettelijke verdeling van het erfrecht. Je partner krijgt de hele erfenis, je beleggingsrekening incluis, en je kinderen krijgen een vordering in geld ter grootte van hun erfdeel. Die vordering is pas opeisbaar als beide ouders zijn overleden, of als de langstlevende failliet gaat of in de schuldsanering komt. Voor je hangmatportefeuille is dat gunstig: hij hoeft niet opgesplitst om de kinderen uit te betalen.
Woon je alleen samen, dan erft je partner van de wet niets en is een testament geen luxe. Wil je afwijken van de wettelijke verdeling, dan moet je naar de notaris. Een codicil volstaat niet: daarin regel je met de hand wie je inboedel en sieraden erft, maar geld kun je er niet in nalaten, en een beleggingsrekening dus ook niet. Elk testament staat in het Centraal Testamentenregister en daar kunnen je erfgenamen navragen of er een is.
Blijf kritisch tegenover wie je successieplanning aanbiedt. Het boek waarschuwt daar al voor, en in Nederland is die waarschuwing scherper: betaalt je partner toch al niets, dan lost een constructie een probleem op dat je niet had.
Heb je in het buitenland gewerkt, dan wordt het ingewikkeld. Nederland kijkt naar waar de overledene woonde, en een Nederlander die emigreert blijft nog tien jaar in beeld. In het verdragenoverzicht van de Rijksoverheid staat tussen België en Nederland geen verdrag over successiebelasting, alleen over inkomstenbelasting. Dubbele heffing is dus een reëel risico. Het is zelfs een zekerheid in het geval dat de erfbelasting volgens de Nederlandse fiscale regels tot een hogere heffing leidt dan in het woonland. Leg zo’n situatie voor aan een adviseur.
Erfrecht en erfbelasting veranderen, en de cijfers hierboven horen bij 2026. Dit is algemene informatie en geen persoonlijk juridisch of fiscaal advies: leg je eigen situatie voor aan een notaris of adviseur.
We willen Idsert Joukes bedanken voor het nalezen van deze tekst.