Belastingen op ETF’s in Nederland

Laatst bijgewerkt op

Een aanvulling bij Hangmatbelegger voor het leven, voor lezers die in Nederland wonen.

Wat je uit het Belgische hoofdstuk kunt overslaan

Het fiscale hoofdstuk in het boek gaat over België. Woon je in Nederland, dan geldt vrijwel niets daarvan voor jou: geen beurstaks, geen 30% roerende voorheffing op dividenden, geen meerwaardebelasting van 10% bij verkoop, geen Reynders-taks op obligatie-ETF’s en geen miljoenentaks op je beleggingsrekening.

Voor de hangmatbelegger telt in Nederland één belasting: de heffing op vermogen in box 3. Daar wordt veel over geklaagd, maar het is simpeler dan het Belgische lijstje. Je hoeft niet te weten welk tarief bij welke ETF hoort, en je hoeft geen aankoopprijzen bij te houden.

Box 3: hoe het werkt

Box 3 kijkt naar één moment per jaar: de peildatum van 1 januari. Alleen je vermogen op die dag telt, dus koop of verkoop je in maart, dan verandert dat niets aan je aanslag over dat jaar.

De Belastingdienst kijkt niet naar wat je werkelijk verdiende, maar rekent met een vast, forfaitair rendement. Voor 2026 is dat 1,28% op banktegoeden en 6,00% op overige bezittingen, de categorie waarin je ETF’s vallen. Schulden trek je af tegen 2,70%. Het percentage voor overige bezittingen staat al vast; die voor banktegoeden en schulden stelt de Belastingdienst begin 2027 definitief vast. Over het rendement dat daaruit rolt betaal je 36%, na aftrek van het heffingsvrij vermogen: in 2026 € 59.357 per persoon, of € 118.714 als je het hele jaar een fiscale partner hebt.

Een voorbeeld. Je hebt op 1 januari 2026 € 100.000 in een wereldwijde aandelen-ETF, geen spaargeld en geen schulden.

  • Forfaitair rendement: 6,00% van € 100.000 = € 6.000
  • Grondslag: € 100.000 min € 59.357 = € 40.643, oftewel 40,64% van je vermogen
  • Belastbaar box 3-inkomen: 40,64% van € 6.000 = € 2.438
  • Te betalen: 36% van € 2.438 = € 877

Dat is ongeveer 0,88% van je portefeuille, en dat bedrag staat vast. Of je ETF dat jaar 20% steeg of 20% daalde maakt geen verschil. Je betaalt over een rendement dat je misschien niet hebt gehaald.

De tegenbewijsregeling

Sinds 1 juli 2025 kun je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement, en dan betaal je over dat lagere bedrag. Voor een aandelenportefeuille telt de waardeverandering mee, ook zonder verkoop, dus in een slecht beursjaar kan het flink schelen en in een goed jaar heb je er niets aan. Let op: de rekenregels zijn anders dan voor het forfaitaire rendement. Bijvoorbeeld, het heffingsvrij vermogen telt nu niet meer mee.

Accumulerend of uitkerend?

In België kiezen hangmatbeleggers accumulerende ETF’s vooral om die 30% roerende voorheffing te ontlopen. Die reden valt hier weg: box 3 belast de waarde op 1 januari, en of het dividend onderweg is uitgekeerd of herbelegd verandert die waarde niet. Fiscaal liggen de twee dus dicht bij elkaar.

Onze aanbeveling blijft toch accumulerend, om de reden die in het hele boek terugkomt: het vraagt niets van je. Het dividend wordt automatisch herbelegd en je hoeft nooit in te grijpen. Er is wel één argument voor uitkerende fondsen, en dat kost je geld als je het negeert: de dividendlekkage.

Dividendbelasting en dividendlekkage

Bedrijven houden in hun eigen land belasting in op het dividend dat ze uitkeren, meestal tussen 15% en 30%. In een ETF bezit je die aandelen niet zelf, dus je bent afhankelijk van de fondsbeheerder om die bronbelasting terug te vragen. Lukt dat niet volledig, dan gaat dat deel verloren. Dat is dividendlekkage.

De meeste ETF’s die een Europese belegger koopt zijn gevestigd in Ierland of Luxemburg. Zo’n fonds kan doorgaans terugvragen wat er boven het verdragstarief is ingehouden, maar het verdragstarief zelf blijft hangen, en dat deel is voor jou weg: je kunt het niet op je aangifte zetten.

Nederlandse fondsen met de status van fiscale beleggingsinstelling (fbi) werken anders. Zo’n fonds betaalt 0% vennootschapsbelasting en mag de dividendbelasting en buitenlandse bronbelasting die het zelf droeg in mindering brengen op de dividendbelasting over zijn eigen uitkering. Op die uitkering houdt het 15% in, en die 15% verreken je met je inkomstenbelasting via je aangifte. Zo lekt er veel minder weg.

Je herkent een fbi aan drie zaken: het fonds is in Nederland gevestigd, het prospectus of het essentiële informatiedocument noemt de fbi-status, en het fonds keert uit.

Bij een dividendrendement van ongeveer 2% op een wereldwijde aandelenindex is dat ruwweg 0,25% tot 0,3% per jaar waard. Dat is meer dan het kostenverschil tussen twee vergelijkbare wereld-ETF’s, waarover we in het boek nog zeggen dat je er niet te lang bij moet stilstaan.

De keerzijde: een fbi moet zijn winst binnen 8 maanden na het einde van het boekjaar uitkeren, dus een accumulerende fbi bestaat niet. Wie dividendlekkage wil vermijden kiest een uitkerend fonds en belegt de uitkeringen zelf opnieuw. Je herkent er een aan drie dingen: het is in Nederland gevestigd, het prospectus of het essentiële informatiedocument noemt de fbi-status, en het keert uit.

Wat er (mogelijk) verandert vanaf 2028

Het kabinet wil box 3 vervangen door een heffing op werkelijk rendement, met 1 januari 2028 als beoogde startdatum. De hoofdregel wordt een vermogensaanwasbelasting: de waardestijging van je aandelen en ETF’s wordt elk jaar belast, ook het deel dat je niet hebt verkocht. Een daling kun je verrekenen met waardestijgingen in latere jaren. Vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups zijn de uitzondering: die worden pas bij verkoop belast. Het wetsvoorstel is nog niet aangenomen, dus dit is een plan en geen zekerheid.

Wat dit betekent voor de hangmatbelegger

  1. Je wordt belast op je vermogen op 1 januari, niet op je transacties. Kies je ETF dus op index, kosten en spreiding, niet op fiscaliteit.
  2. Accumulerend blijft onze standaardkeuze, om de reden uit het boek: het vraagt geen onderhoud. Fiscaal maakt het nauwelijks uit.
  3. De ene fiscale keuze die wel geld scheelt is een uitkerend fonds met fbi-status tegen dividendlekkage. Weeg die 0,25% tot 0,3% per jaar af tegen het werk van zelf herbeleggen.

Belastingregels veranderen en de cijfers hierboven horen bij 2026. Dit is algemene informatie en geen persoonlijk belastingadvies: leg je eigen situatie voor aan een adviseur. Zeker als je zakelijk belegt, want dan zijn de regels anders.

We willen Idsert Joukes bedanken voor het nalezen van deze tekst.